Het initiatief
We delen de wereld met andere mensen, andere levensvormen en met wie er na ons komt.
Wat betekent dat voor onderwijs?
Dit is een vraagstuk dat mij al geruime tijd bezighoudt. En het lijkt erop dat de ontwikkelingen om ons heen die vraag alleen maar meer gewicht geven. Ecologische ontwrichting, verschuivende machtsverhoudingen, economische verwevenheid en migratie maken steeds zichtbaarder hoe sterk levens met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn. Je zou kunnen zeggen dat het gedeelde bestaan zich steeds moeilijker laat negeren.
Alleen hoe begeleid je kinderen en jongeren in zo’n veranderende en verweven wereld, als we zelf niet precies weten wat die van ons vraagt?
Een pasklaar antwoord is er niet. Het is een vraag van de lange adem. Maar dat lijkt me niet zo erg. Want als er één ding is dat niet verandert, dan is het dat we deze wereld gemeenschappelijk hebben. Gisteren, vandaag, volgende week, maar ook over honderd jaar. Het gaat hier niet om een tijdelijke kwestie.
Gisteren, vandaag, volgende week, maar ook over honderd jaar.
Wat In-common Future doet
In-common Future is een pedagogisch initiatief dat die gemeenschappelijkheid serieus neemt. Onderwijs gaat hier, naast kennis en vaardigheden, ook over de verhouding van kinderen en jongeren tot de wereld die zij met anderen delen.
Gelukkig is er al veel om bij aan te sluiten. In de filosofie, antropologie, kunsten, zorgethiek, het onderwijs zelf en in niet-westerse kennistradities die daar minder vaak aan bod komen, wordt gedacht en gewerkt rond vragen die hieraan raken. In-common Future brengt zulke perspectieven met elkaar in gesprek en verkent met anderen wat ze voor de onderwijspraktijk kunnen betekenen.
Daaruit ontstaat op deze website een verzameling vensters, gesprekken en beschrijvingen uit de praktijk. Een plek om nieuwe perspectieven tegen te komen en aanknopingspunten mee te nemen naar je eigen denken en doen.

Een pedagogiek van ontvankelijkheid
Voor In-common Future komt die zoektocht samen in de pedagogische vraag:
Wat hebben kinderen en jongeren nodig om niet alleen over die wereld te leren, maar zich er ook toe te kunnen verhouden en daarin te verschijnen als iemand die er deel van uitmaakt?
Deze vraag gaat over het waartoe van onderwijs. Pedagogiek gaat hier dus niet zozeer over hoe je kinderen en jongeren zo goed mogelijk laat leren en ontwikkelen, maar over welke verhouding tot de gedeelde wereld onderwijs mogelijk maakt.
Daarbij vertrek ik vanuit de gedachte dat ontvankelijkheid van belang is. Alledaags betekent ontvankelijkheid zoiets als openstaan voor wat er op je afkomt. Ik gebruik het iets breder. Ontvankelijkheid voor het gedeelde bestaan is een wijze van verhouden. Het is het vermogen om op te merken dát we al in verhouding staan – tot anderen, tot andere levensvormen, tot wat er voor ons was en wat na ons komt – en wat die relaties van ons vragen. Dat gedeelde bestaan noem ik in mijn eigen werk het in-gemeenschappelijkheid-bestaan.
Vanuit die gedachte onderzoek ik wat een pedagogiek van ontvankelijkheid voor het onderwijs kan betekenen.
Onderwijs als oefenruimte
Daarbij gaat het niet om het aanleren van ontvankelijkheid als vaardigheid of om een vooraf bepaalde uitkomst. Daarom denk ik dat onderwijs een oefenruimte kan zijn voor het gedeelde bestaan: een plek waar omstandigheden worden geschapen waarin ontvankelijkheid zich kan aandienen.
Er moet ruimte zijn om waar te nemen, vragen te stellen, te twijfelen, uit te proberen en te onderzoeken wat er gebeurt in de ontmoeting met wie en wat je tegenkomt. Niet omdat daar één juiste uitkomst uit moet komen, maar om te kunnen oefenen met hoe je je beweegt in een wereld die je met anderen deelt.
Dat staat niet los van de vakken, kennis en vaardigheden die in het onderwijs belangrijk zijn, maar kan juist ook daarin en daartussen een plaats krijgen.
Om daar samen met anderen verder over na te denken, heb ik voorlopig vijf pedagogische oriëntaties geformuleerd.